‘Samen dood’ of ‘duo-euthanasie’

Dit blog is een reactie op het artikel van mevrouw Wiegman in Trouw http://www.trouw.nl/tr/nl/30020/Uitgelicht/article/detail/4131750/2015/08/30/Samen-dood-is-schijnromantiek.dhtml ) naar aanleiding van het programma Hollandse Zaken d.d. 19 augustus j.l. ( http://hollandsezaken.omroepmax.nl/uitzending/hollandse-zaken-woensdag-19-augustus-2015/ ).                        Als ouderenarts, werkzaam in een hospice, was ik uitgenodigd deel te nemen aan de discussie in het programma.

Het programma ging over ‘duo-euthanasie’. Twee echtparen, die de keuze gemaakt hadden om samen, op hetzelfde moment het leven te (laten) beëindigen. In de studio waren de kinderen van beide echtparen aanwezig. Zij vertelden openhartig over het proces van hun ouders en hoe zij dat als kinderen beleefd hadden.

De tegensputterende arts die u beschrijft is ondergetekende.

Allereerst wil ik een opmerking maken over de terminologie hulp bij zelfdoding en voltooid leven.

  • U schrijft ter inleiding ‘als de overheid hulp bij zelfdoding toestaat..’ Ik kan u melden dat hulp bij zelfdoding reeds is toe gestaan. De wet toetsing levensbeëindiging op verzoek (2001) gaat over levensbeëindiging op verzoek (methode dodelijke injectie) én hulp bij zelfdoding (patiënt zelf drinkt dodelijk drankje).
  • U heeft het over voltooid leven van echtparen. Hoewel patiënten soms spreken over ‘klaar met leven’ en hun ‘leven voltooid’ achten, is dat geen bruikbare term in het kader van de euthanasiewet. In het jaarverslag 2012 hebben de Regionale Toetsingscommissies dit expliciet benoemd: lijden dat voortvloeit uit een andere dan de medische context behoort niet door een arts beoordeeld te worden. In hun Code of Practice op pagina 14 worden de kernpunten beschreven van uitzichtloos en ondraaglijk lijden.

U geeft aan dat na het kijken van de uitzending bij u de indruk overheerst, dat ‘samen dood’ te verkiezen is boven alleen verder gaan. Ik vraag mij af of bij anderen die indruk ook zo sterk leeft. Ik kan u verzekeren, dat ik in mijn carrière van ruim 20 jaar in de ouderenzorg de ‘duo-euthanasie vraag’ nog nooit gehad heb. Vanuit mijn werkzaamheden als SCEN-arts (http://knmg.artsennet.nl/Diensten/SCEN/Wat-doet-SCEN.htm ) weet ik, dat dit één keer heeft gespeeld in Noord-Holland noord.

Twee opmerkingen wil ik maken naar aanleiding van uw aanmerking dat in de uitzending zo weinig kritische kanttekeningen gemaakt zijn.

  • Ik hoop dat u kunt begrijpen dat je als professional terughoudendheid betracht na twee zulke persoonlijke verhalen, van nabestaanden waar je geen behandelrelatie mee hebt en die je van tevoren niet kent. In één van de gevallen was de euthanasie slechts 3 maanden terug!
  • Collega de Vries heeft het begrip medische grondslag ingebracht. Zij illustreerde dit met de casus waarbij de echtgenoot ook euthanasie had gewenst; bij hem was op moment dat zijn vrouw euthanasie kreeg, nog niet aan de zorgvuldigheidscriteria van de wet voldaan. Ik mis dit in uw verhaal.

De medische grondslag is van cruciaal belang, anders voldoet de euthanasie niet aan de eisen van de wet. Voor zover ik uit de verhalen van de nabestaanden heb kunnen opmaken, was er bij het echtpaar uit Amsterdam (met zoon en dochter) bij beide echtelieden afzonderlijk een medische grondslag. In tegenstelling tot het andere echtpaar waarbij bij de vrouw geen medische grondslag aanwezig was. Zij ging ‘samen dood’ met haar man die leed aan dementie. Hij had volgens de wet wel in aanmerking kunnen komen voor euthanasie. Maar omdat ze dan niet tegelijk konden overlijden, kozen zij ervoor om zelf samen een einde aan hun leven te maken.

U pleit tegen een wettelijke regeling van euthanasie bij ‘voltooid leven’ bij echtparen. Je kunt voor of tegen euthanasie zijn, de euthanasiewet maakt dat het leven in bepaalde situaties beëindigd kan worden. Bij een ‘duo-euthanasie verzoek’, blijft dat de euthanasievraag van ieder van de twee partners apart aan de criteria van de wet moet voldoen. Zoals de dochter van het Amsterdamse echtpaar na afloop van de uitzending tegen me zei: het is geen ‘duo-euthanasie’, maar twee maal één euthanasie.

Zonder medische grondslag kunnen artsen geen euthanasie toepassen. Het lijden kan dan wel degelijk invoelbaar zijn, echter de legitimatie voor euthanasie binnen de wettelijke kaders ontbreekt dan. Bert Keizer illustreerde deze problematiek recent in zijn bijdrage in Trouw.

U stipt een goed punt aan over ‘je voorbereiden op’. Het bestek van het programma liet niet toe daar dieper op in te gaan. Ik meld u graag dat ik als arts aan ouderen cursussen geef hoe je voor te bereiden op de uitdagingen die het ouder worden onherroepelijk met zich meebrengt. Het tijdig bespreekbaar maken van het levenseinde vormt hierin een belangrijk onderdeel.

Ik ben het helemaal met u eens, dat de overheid bescherming moet bieden. Ik had graag mijn zorg ingebracht over de transitie en de zoektocht in zorgland die veel ouderen (en hun mantelzorgers) heden ten dage ervaren. Ik hoop dat patiëntenorganisaties zoals de Nederlandse Patiënten Vereniging vinger aan de pols houden en de politiek indien nodig ter verantwoording roepen. Doordat verantwoordelijkheid verdeeld is over commerciële verzekeraars, gemeenten (WMO), en Rijk (WLZ), wordt het ingewikkelder en onduidelijker wie waarvoor (eind-)verantwoordelijk is. Bovendien is erbij deze transitie een bezuinigingsdoelstelling.

Het is hoog tijd dat een ouderenarts gespecialiseerd in de palliatieve zorg (kaderopleiding palliatieve zorg) ouderen bij kan staan in de thuissituatie. Dit moet via een zelfstandige betaaltitel via de ziektekostenverzekering, zodat de huisarts een consult kan vragen. Niet meer via een verpleeghuis, de patiënten blijven immers (langer) thuis.   Ouderenartsen zijn bij uitstek de experts die ouderen kunnen adviseren wat te doen om de kwaliteit van leven zo goed mogelijk te behouden. Bij hen kunnen ouderen ook terecht voor gesprekken over anticiperen op ‘wat als het leven niet meer leefbaar dreigt te worden’, en advies over de mogelijkheden om waardig te sterven. De lijdensweg die de zoon (van het echtpaar dat zelf hun leven beëindigd had) beschrijft, had voorkomen kunnen worden.  Verzekeraars hoeven niet langer te aarzelen, goede palliatie levert tevreden klanten op én forse besparingen. Steun vanuit de patiëntenverenigingen hierbij is zeer welkom. Ik verzeker u dat euthanasie minder vaak nodig zal zijn dan nu het geval is…

'

2015 09 28 Workshop levenseinde op symposium palliatieve zorg voor mensen met verstandelijke beperking

Symposium-palliatieve zorg voor mensen met verstandelijke beperking uitnodiging2015-DEF

9 Juni Casuïstiekbespreking palliatieve zorg kanker en dementie in MCA Alkmaar

Doel en doelgroep

Doel van de casuïstiekbespreking is onderlinge uitwisseling van kennis en ervaringen, ethische reflectie, het verbeteren van multidisciplinaire samenwerking in de regio Noord-Kennemerland. Vier keer per  jaar(laatste keer op 3 november) een ontmoeting met collega zorgverleners uit de regio. Gratis en geaccrediteerd voor huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, verpleegkundigen en VS. Artsen in opleiding van harte welkom.

In de palliatieve zorg is een situatie met één patiënt vaak al ingewikkeld genoeg. Echter als beide partners ziek zijn: de één met dementie en de mantelzorger dan ook nog eens kanker krijgt, wordt het echt lastig! Wie zorgt voor wíe? Hoe zorgen de hulpverleners dat ze op één lijn komen en aan beide patiënten goede zorg geleverd wordt?

Zowel dementie als kanker zijn allebei ziektebeelden waarvan de frequentie de komende jaren zal toenemen. Zeer relevante casuïstiek die u niet mag missen! Is uw interesse gewekt, lees de uitnodiging en meld u aan.

28 april Casuïstiekbespreking palliatieve zorg over pijn MCA

Doel en doelgroep

Doel van de casuïstiekbespreking is onderlinge uitwisseling van kennis en ervaringen, ethische reflectie, het verbeteren van multidisciplinaire samenwerking in de regio Noord-Kennemerland. Vier keer per jaar (ook op 9 juni, 3 november) een ontmoeting met collega zorgverleners uit de regio NK. Artsen in opleiding van harte welkom.

Inbreng eigen casuïstiek

Eigen casuïstiek is welkom! Casuïstiek waarbij meerdere disciplines en eerste- en tweedelijn betrokken is, verdient de voorkeur. Indien u een casus heeft, neem contact op. Zie voor meer info de Uitnodiging open casuïstiekbespreking palliatieve zorg 280415. Svp aanmelden.

Accreditatie is aangevraagd voor verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, huisartsen en SOG.

Hoofdstuk 33 Goede levenseindezorg kwetsbare oudere vergt proactieve zorgplanning

Onder de titel ‘Goede levenseindezorg kwetsbare oudere vergt proactieve zorgplanning‘ heb ik in het boek Veranderende samenwerking in de zorg (redactie Ruth Hammelburg, Wiebe Jan Lubbers, Noks Nauta), een hoofdstuk geschreven. Tijdens de boekpresentatie, waarbij het boek aangeboden is aan de KNMG mocht ik een voordracht houden.

 

Het hoofdstuk gaat over advance care planning

De gemiddelde leeftijd stijgt. Dat met het stijgen van de leeftijd de kwaliteit van leven afneemt en mensen op hoge leeftijd niet altijd door willen leven is een feit. Er zijn mensen die denken het met een wilsverklaring geregeld te hebben, euthanasie eisen of zelf het heft in handen willen nemen om hun leven te kunnen beëindigen. Echter, er is meer mogelijk dan velen zich bewust zijn. Samenwerking tussen patiënt en arts én hulpverleners onderling is cruciaal! Door het noteren van ‘advance care planning’ in een individueel zorgplan kan proactieve zorg rond het levenseinde geboden worden die ook tussen de eerste en tweede lijn behulpzaam is.

 

Meer over het boek

http://www.bsl.nl/shop/veranderende-samenwerking-in-de-zorg-9789031399727.html

Medisch Contact reactie op Actueel ‘Zorg na afzien van eten en drinken niet verplicht’

Een patiënt die bewust afziet van eten en drinken om sneller te sterven, heeft recht op passende zorg. Maar artsen en andere hulpverleners met gewetensbezwaren mogen de zorg overdragen aan een collega.

Dat staat in de ‘concepthandreiking’ over de zorg aan deze groep mensen die KNMG en  Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) vandaag hebben gepubliceerd. In de handreiking staan empirische gegevens en een beschrijving van juridische en ethische aspecten, maar bovenal wordt duidelijk gemaakt wat van artsen mag worden verwacht als een patiënt bewust afziet van eten en drinken om zo het levenseinde te bespoedigen.

De Eerstelijns Yvonne van Ingen over zorg rondom levenseinde Interview Corina de Feijter

 

Zorg rondom levenseinde geen stiefkindje meer

De meeste mensen sterven het liefst thuis. Dat kan ook als de eerste lijn dit goed organiseert, samen met de omgeving van de patiënt. Het vereist multidisciplinair werken, continuïteit  en zorgverleners die niet schromen een palliatief consultatieteam te raadplegen. Yvonne van Ingen zelfstandig arts in Noord-Kennemerland en nauw betrokken bij zorg voor kwetsbare ouderen pleit voor “advance care planning en shared decision making”. ‘Zingeving bepaalt juist of iemand het kan volhouden of niet’.

 

 

 

 

 

Medisch Contact ingezonden brief in reactie op Praktijkperikel ‘Afstand’

In de nieuwsbrief van Medisch Contact verscheen een praktijkperikel van een 86-jarige man die 40 kilometer van zijn woonplaats in het ziekenhuis werd opgenomen en daardoor verstoken bleef van bezoek. Uniek is deze situatie geenszins. In onze regio speelt hetzelfde probleem bij de acute opvang van ouderen die in de thuissituatie ontsporen. Onder het motto ‘nood is nood’ worden mensen ver van hun eigen woonsetting geplaatst. Dat dit implicaties heeft voor het vaak ook kwetsbare netwerk en de intensiteit van het contact met de naasten, moet op de koop toe worden genomen. Dat dit niet goed is voor het delier en de psychische gesteldheid, daar gaan we aan voorbij. Wanneer pakken we nu met z’n alleen eens door met proactieve ouderenzorg? KNMG, alleen een rapport over goede medische zorg voor kwetsbare ouderen is niet genoeg. Neem alstublieft het voortouw.

Medisch Contact reactie op Artikel ‘CHBB-register beheren in Gaia’

CHBB dossier beheren in GAIA