Workshop Focus op pijn op netwerksymposium 9 oktober Schagen

Workshop Focus op pijn

Op 9 oktober organiseerde Zonh voor artsen en gespecialiseerd verpleegkundigen het jaarlijks symposium ‘Palliatieve zorg; Verbinden moet! Een kwestie van durven en doen’. Een ontmoeting met collega’s uit het regionale veld met landelijke topsprekers. De vertrouwde omgeving en service in Cinemagnus draagt bij aan de goede sfeer.

Boek cover Focus auteur Kevin Wubbels

Aan de hand van een fragment uit het boek Focus geschreven door Kevin Wubbels die kanker overleefde en nu leeft met een aan ALS verwante ziekte, illustreerde ik dat pijn meer is dan nociceptie.

De app Palliarts was uitgangspunt voor de workshop. Ook heb ik de deelnemers gewezen op de besluitvormingsmethodiek IKNL palliatief redeneren. We hebben stilgestaan bij het belang van goede diagnostiek, het niet-medicamenteuze en medicamenteuze beleid bij pijn en goede voorbeelden gedeeld.

Essentieel daarbij is de voorlichting over het gebruik van morfine. Het gebruik van de vernieuwde folder Feiten & Fabels kwam uitgebreid aan bod. In deze folder worden nu 31 feiten en fabels besproken.

Deelnemers benoemden aan het eind van de workshop hun leermomenten, deze zijn opgenomen in de Presentatie Focus op pijn met leermomenten.

 

 

Red de zorg! Over dementie, mantelzorg, de huisarts en de WMO

Red de zorg, over de mantelzorger, de huisarts en het gebrek aan ondersteuning uit de WMO

 

Mantelzorg is volop in de aandacht. Ouderen die zorgafhankelijk zijn, moeten langer thuis blijven. Verzorgingshuisplekken zijn wegbezuinigd. De zorg thuis is goedkoper. Die drijft op de bereidwilligheid van mantelzorgers. Financiering is deels vanuit het rijk, maar ook de gemeenten hebben een taak gekregen, namelijk de uitvoering van de Wet Maatschappelijk Ondersteuning (WMO). Meedoen aan de maatschappij: participatie is het sleutelwoord.

In een keukentafelgesprek wordt gekeken wat de behoeften zijn, welke zorg door mantelzorgers geleverd kan worden. Waar dat niet het geval is, zou professionele zorg ingezet moeten worden.

 

Mantelzorg bij dementie

Ook patiënten met dementie moeten langer thuis blijven. Mantelzorg bij dementie is zwaar. Treffend verwoord in de slogan ‘Dementie, Hij heeft het en Zij lijdt eraan’. Op de site van www.Alzheimer-Nederland.nl zijn volop tips te vinden over hoe de zorg voor een naaste met dementie vol te houden.

Voor mij, als ouderenarts, is mantelzorg een vast onderdeel van de zorg. Aandacht voor de naasten, partner en/of kinderen hoort er gewoon bij. Is er meer zorg nodig? Kunnen zij dit nog bieden en zo niet wat dan?

 

Training voor huisartsen

Huisartsen in mijn werkgebied Noord-Kennemerland http://www.zonh.nl/nieuws/educatief-praktijkbezoek-mantelzorg#.Vd7ge5XovL8 krijgen training hoe alert te zijn op signalen van overbelasting van mantelzorgers.

 

Theorie en praktijk…

In theorie is er dus voldoende aandacht voor de mantelzorgers. Het gapende gat tussen beleid en praktijk wordt echter pijnlijk duidelijk in de volgende casus.

Een echtpaar waar ik op verzoek van de huisarts in consult ben vanwege een euthanasieverzoek bij dementie tobt al enkele jaren met de dementie van mevrouw. De kring om ‘t echtpaar heen wordt kleiner. Meneer heeft hartklachten. Twee zoons springen veel bij en hun bezoek geeft de nodige afleiding, maar mevrouw raakt al passiever en meneer heeft geen tijd voor zichzelf. De casemanager dementie heeft aangegeven dat dagbesteding via de WMO verlichting zou kunnen brengen. Twee maanden na de aanvraag heeft het echtpaar nog niets vernomen. De casemanager is er (ondanks een fors toegenomen caseload na bezuinigingen) ook nog achteraan gegaan.

 

Tweet

Als ik hen weer bezoek en hoor dat ‘t op geen enkele manier lukt contact te krijgen met de gemeente, besluit ik er een berichtje op twitter https://twitter.com/ygvaningen/status/633186056146452480 aan te wijden.

Organisaties hebben medewerkers die dit soort berichten in de gaten houden. Wat schetst mijn verbazing. Meteen een twitterbericht dat het echtpaar gebeld wordt.

En ja hoor, ze zijn gebeld. Diezelfde middag! Ik ben blij, dat de gemeente het echtpaar eindelijk wat laat horen. Gemengde gevoelens heb ik, dat dat pas na mijn tweet gebeurde.

Toen ik de week erop langskwam, bleek dat het echtpaar nog niet wist of mevrouw wel of niet voor dagbehandeling in aanmerking zou komen en op welke termijn die uitslag zou volgen. Meneer vertelde mij, dat hij er zenuwachtig van werd en opnieuw zou proberen te bellen.

Huisartsen trainen in het herkennen van overbelasting van mantelzorg als de aanvraag voor de benodigde ondersteuning van die mantelzorger 2 maanden blijft liggen (en pas in behandeling genomen wordt na een tweet van een ouderenarts) lijkt mij een zinloze bezigheid. De gemeente geeft er blijk van burgerparticipatie en het oordeel van de casemanager niet serieus te nemen. De werklast van huisartsen zal toenemen door het uitblijven van hulp via de WMO. Red de zorg, red de huisarts en vooral red de mantelzorger!

 

 

Yvonne G. van Ingen is specialist ouderengeneeskunde, zij werkt als ouderenarts in de thuissituatie en ondersteunt huisartsen bij de zorg voor ouderen met een toenemende zorgvraag richting het levenseinde.

‘Samen dood’ of ‘duo-euthanasie’

Dit blog is een reactie op het artikel van mevrouw Wiegman in Trouw http://www.trouw.nl/tr/nl/30020/Uitgelicht/article/detail/4131750/2015/08/30/Samen-dood-is-schijnromantiek.dhtml ) naar aanleiding van het programma Hollandse Zaken d.d. 19 augustus j.l. ( http://hollandsezaken.omroepmax.nl/uitzending/hollandse-zaken-woensdag-19-augustus-2015/ ).                        Als ouderenarts, werkzaam in een hospice, was ik uitgenodigd deel te nemen aan de discussie in het programma.

Het programma ging over ‘duo-euthanasie’. Twee echtparen, die de keuze gemaakt hadden om samen, op hetzelfde moment het leven te (laten) beëindigen. In de studio waren de kinderen van beide echtparen aanwezig. Zij vertelden openhartig over het proces van hun ouders en hoe zij dat als kinderen beleefd hadden.

De tegensputterende arts die u beschrijft is ondergetekende.

Allereerst wil ik een opmerking maken over de terminologie hulp bij zelfdoding en voltooid leven.

  • U schrijft ter inleiding ‘als de overheid hulp bij zelfdoding toestaat..’ Ik kan u melden dat hulp bij zelfdoding reeds is toe gestaan. De wet toetsing levensbeëindiging op verzoek (2001) gaat over levensbeëindiging op verzoek (methode dodelijke injectie) én hulp bij zelfdoding (patiënt zelf drinkt dodelijk drankje).
  • U heeft het over voltooid leven van echtparen. Hoewel patiënten soms spreken over ‘klaar met leven’ en hun ‘leven voltooid’ achten, is dat geen bruikbare term in het kader van de euthanasiewet. In het jaarverslag 2012 hebben de Regionale Toetsingscommissies dit expliciet benoemd: lijden dat voortvloeit uit een andere dan de medische context behoort niet door een arts beoordeeld te worden. In hun Code of Practice op pagina 14 worden de kernpunten beschreven van uitzichtloos en ondraaglijk lijden.

U geeft aan dat na het kijken van de uitzending bij u de indruk overheerst, dat ‘samen dood’ te verkiezen is boven alleen verder gaan. Ik vraag mij af of bij anderen die indruk ook zo sterk leeft. Ik kan u verzekeren, dat ik in mijn carrière van ruim 20 jaar in de ouderenzorg de ‘duo-euthanasie vraag’ nog nooit gehad heb. Vanuit mijn werkzaamheden als SCEN-arts (http://knmg.artsennet.nl/Diensten/SCEN/Wat-doet-SCEN.htm ) weet ik, dat dit één keer heeft gespeeld in Noord-Holland noord.

Twee opmerkingen wil ik maken naar aanleiding van uw aanmerking dat in de uitzending zo weinig kritische kanttekeningen gemaakt zijn.

  • Ik hoop dat u kunt begrijpen dat je als professional terughoudendheid betracht na twee zulke persoonlijke verhalen, van nabestaanden waar je geen behandelrelatie mee hebt en die je van tevoren niet kent. In één van de gevallen was de euthanasie slechts 3 maanden terug!
  • Collega de Vries heeft het begrip medische grondslag ingebracht. Zij illustreerde dit met de casus waarbij de echtgenoot ook euthanasie had gewenst; bij hem was op moment dat zijn vrouw euthanasie kreeg, nog niet aan de zorgvuldigheidscriteria van de wet voldaan. Ik mis dit in uw verhaal.

De medische grondslag is van cruciaal belang, anders voldoet de euthanasie niet aan de eisen van de wet. Voor zover ik uit de verhalen van de nabestaanden heb kunnen opmaken, was er bij het echtpaar uit Amsterdam (met zoon en dochter) bij beide echtelieden afzonderlijk een medische grondslag. In tegenstelling tot het andere echtpaar waarbij bij de vrouw geen medische grondslag aanwezig was. Zij ging ‘samen dood’ met haar man die leed aan dementie. Hij had volgens de wet wel in aanmerking kunnen komen voor euthanasie. Maar omdat ze dan niet tegelijk konden overlijden, kozen zij ervoor om zelf samen een einde aan hun leven te maken.

U pleit tegen een wettelijke regeling van euthanasie bij ‘voltooid leven’ bij echtparen. Je kunt voor of tegen euthanasie zijn, de euthanasiewet maakt dat het leven in bepaalde situaties beëindigd kan worden. Bij een ‘duo-euthanasie verzoek’, blijft dat de euthanasievraag van ieder van de twee partners apart aan de criteria van de wet moet voldoen. Zoals de dochter van het Amsterdamse echtpaar na afloop van de uitzending tegen me zei: het is geen ‘duo-euthanasie’, maar twee maal één euthanasie.

Zonder medische grondslag kunnen artsen geen euthanasie toepassen. Het lijden kan dan wel degelijk invoelbaar zijn, echter de legitimatie voor euthanasie binnen de wettelijke kaders ontbreekt dan. Bert Keizer illustreerde deze problematiek recent in zijn bijdrage in Trouw.

U stipt een goed punt aan over ‘je voorbereiden op’. Het bestek van het programma liet niet toe daar dieper op in te gaan. Ik meld u graag dat ik als arts aan ouderen cursussen geef hoe je voor te bereiden op de uitdagingen die het ouder worden onherroepelijk met zich meebrengt. Het tijdig bespreekbaar maken van het levenseinde vormt hierin een belangrijk onderdeel.

Ik ben het helemaal met u eens, dat de overheid bescherming moet bieden. Ik had graag mijn zorg ingebracht over de transitie en de zoektocht in zorgland die veel ouderen (en hun mantelzorgers) heden ten dage ervaren. Ik hoop dat patiëntenorganisaties zoals de Nederlandse Patiënten Vereniging vinger aan de pols houden en de politiek indien nodig ter verantwoording roepen. Doordat verantwoordelijkheid verdeeld is over commerciële verzekeraars, gemeenten (WMO), en Rijk (WLZ), wordt het ingewikkelder en onduidelijker wie waarvoor (eind-)verantwoordelijk is. Bovendien is erbij deze transitie een bezuinigingsdoelstelling.

Het is hoog tijd dat een ouderenarts gespecialiseerd in de palliatieve zorg (kaderopleiding palliatieve zorg) ouderen bij kan staan in de thuissituatie. Dit moet via een zelfstandige betaaltitel via de ziektekostenverzekering, zodat de huisarts een consult kan vragen. Niet meer via een verpleeghuis, de patiënten blijven immers (langer) thuis.   Ouderenartsen zijn bij uitstek de experts die ouderen kunnen adviseren wat te doen om de kwaliteit van leven zo goed mogelijk te behouden. Bij hen kunnen ouderen ook terecht voor gesprekken over anticiperen op ‘wat als het leven niet meer leefbaar dreigt te worden’, en advies over de mogelijkheden om waardig te sterven. De lijdensweg die de zoon (van het echtpaar dat zelf hun leven beëindigd had) beschrijft, had voorkomen kunnen worden.  Verzekeraars hoeven niet langer te aarzelen, goede palliatie levert tevreden klanten op én forse besparingen. Steun vanuit de patiëntenverenigingen hierbij is zeer welkom. Ik verzeker u dat euthanasie minder vaak nodig zal zijn dan nu het geval is…

'

9 Juni Casuïstiekbespreking palliatieve zorg kanker en dementie in MCA Alkmaar

Doel en doelgroep

Doel van de casuïstiekbespreking is onderlinge uitwisseling van kennis en ervaringen, ethische reflectie, het verbeteren van multidisciplinaire samenwerking in de regio Noord-Kennemerland. Vier keer per  jaar(laatste keer op 3 november) een ontmoeting met collega zorgverleners uit de regio. Gratis en geaccrediteerd voor huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, verpleegkundigen en VS. Artsen in opleiding van harte welkom.

In de palliatieve zorg is een situatie met één patiënt vaak al ingewikkeld genoeg. Echter als beide partners ziek zijn: de één met dementie en de mantelzorger dan ook nog eens kanker krijgt, wordt het echt lastig! Wie zorgt voor wíe? Hoe zorgen de hulpverleners dat ze op één lijn komen en aan beide patiënten goede zorg geleverd wordt?

Zowel dementie als kanker zijn allebei ziektebeelden waarvan de frequentie de komende jaren zal toenemen. Zeer relevante casuïstiek die u niet mag missen! Is uw interesse gewekt, lees de uitnodiging en meld u aan.

21 april SOON Introductie in de ouderengeneeskunde voor basisartsen, dag 3: palliatieve zorg

Voor basisartsen die zich willen oriënteren op de ouderenzorg, organiseert SOON een 3 daagse introductiecursus. Ik verzorg dag 3 over palliatieve zorg Voor meer info: SOON Introductie in de ouderengeneeskunde

15 april Compagnonscursus Vlieland: kwetsbare oudere verdwaald in medisch labyrinth

2015 04 15 compagnonscursus Vlieland 2015

Toetsgroep palliatieve zorg 072 voor huisartsen geaccrediteerd

 

Intercollegiale toetsing Palliatieve Zorg

 

‘Leer vanuit uw eigen praktijk ervaring, dat is de beste vorm van scholing…’

(Prof. Patrick Bindels, NHG voorjaarscongres 2011)

 

….met vragen uit je eigen praktijk, terugblikkend of vooruitkijkend, vanuit twijfels of onwetendheid. Dát gebeurt in deze toetsgroep. Zeven keer vindt een casuïstiekbespreking plaats onder leiding van Yvonne van Ingen, specialist ouderengeneeskunde en kaderarts palliatieve zorg, en Karin Willemse, gespecialiseerd wijkverpleegkundige oncologie en palliatieve zorg. De deelnemers komen met hun vragen vanuit de dagelijkse praktijk, het antwoord wordt gezocht samen met de collegae onder leiding van de twee genoemde experts.

Indien u interesse heeft, maak uw interesse kenbaar via het contactformulier en u wordt benaderd zodra er een nieuwe groep start.

Hoofdstuk 33 Goede levenseindezorg kwetsbare oudere vergt proactieve zorgplanning

Onder de titel ‘Goede levenseindezorg kwetsbare oudere vergt proactieve zorgplanning‘ heb ik in het boek Veranderende samenwerking in de zorg (redactie Ruth Hammelburg, Wiebe Jan Lubbers, Noks Nauta), een hoofdstuk geschreven. Tijdens de boekpresentatie, waarbij het boek aangeboden is aan de KNMG mocht ik een voordracht houden.

 

Het hoofdstuk gaat over advance care planning

De gemiddelde leeftijd stijgt. Dat met het stijgen van de leeftijd de kwaliteit van leven afneemt en mensen op hoge leeftijd niet altijd door willen leven is een feit. Er zijn mensen die denken het met een wilsverklaring geregeld te hebben, euthanasie eisen of zelf het heft in handen willen nemen om hun leven te kunnen beëindigen. Echter, er is meer mogelijk dan velen zich bewust zijn. Samenwerking tussen patiënt en arts én hulpverleners onderling is cruciaal! Door het noteren van ‘advance care planning’ in een individueel zorgplan kan proactieve zorg rond het levenseinde geboden worden die ook tussen de eerste en tweede lijn behulpzaam is.

 

Meer over het boek

http://www.bsl.nl/shop/veranderende-samenwerking-in-de-zorg-9789031399727.html

Medisch Contact ingezonden brief in reactie op Artikel ‘Wie zet de pacemaker uit’

http://medischcontact.artsennet.nl/web/file?uuid=f9cc0610-3c08-40bf-9af6-bfeabab9aeb5&owner=c34167fa-f811-49b4-9bee-191b637fed63&contentid=142001

Medisch Contact reactie op Praktijkperikel ‘Doorgeschoten‘

Mijn moeder woont in een verzorgingshuis en ik ben eerste contactpersoon. Met mijn medische achtergrond communiceer ik ook over zaken op medisch gebied met het personeel.

Dat is altijd zonder problemen gegaan. Tot gisteren.