Red de zorg! Over dementie, mantelzorg, de huisarts en de WMO

Red de zorg, over de mantelzorger, de huisarts en het gebrek aan ondersteuning uit de WMO

 

Mantelzorg is volop in de aandacht. Ouderen die zorgafhankelijk zijn, moeten langer thuis blijven. Verzorgingshuisplekken zijn wegbezuinigd. De zorg thuis is goedkoper. Die drijft op de bereidwilligheid van mantelzorgers. Financiering is deels vanuit het rijk, maar ook de gemeenten hebben een taak gekregen, namelijk de uitvoering van de Wet Maatschappelijk Ondersteuning (WMO). Meedoen aan de maatschappij: participatie is het sleutelwoord.

In een keukentafelgesprek wordt gekeken wat de behoeften zijn, welke zorg door mantelzorgers geleverd kan worden. Waar dat niet het geval is, zou professionele zorg ingezet moeten worden.

 

Mantelzorg bij dementie

Ook patiënten met dementie moeten langer thuis blijven. Mantelzorg bij dementie is zwaar. Treffend verwoord in de slogan ‘Dementie, Hij heeft het en Zij lijdt eraan’. Op de site van www.Alzheimer-Nederland.nl zijn volop tips te vinden over hoe de zorg voor een naaste met dementie vol te houden.

Voor mij, als ouderenarts, is mantelzorg een vast onderdeel van de zorg. Aandacht voor de naasten, partner en/of kinderen hoort er gewoon bij. Is er meer zorg nodig? Kunnen zij dit nog bieden en zo niet wat dan?

 

Training voor huisartsen

Huisartsen in mijn werkgebied Noord-Kennemerland http://www.zonh.nl/nieuws/educatief-praktijkbezoek-mantelzorg#.Vd7ge5XovL8 krijgen training hoe alert te zijn op signalen van overbelasting van mantelzorgers.

 

Theorie en praktijk…

In theorie is er dus voldoende aandacht voor de mantelzorgers. Het gapende gat tussen beleid en praktijk wordt echter pijnlijk duidelijk in de volgende casus.

Een echtpaar waar ik op verzoek van de huisarts in consult ben vanwege een euthanasieverzoek bij dementie tobt al enkele jaren met de dementie van mevrouw. De kring om ‘t echtpaar heen wordt kleiner. Meneer heeft hartklachten. Twee zoons springen veel bij en hun bezoek geeft de nodige afleiding, maar mevrouw raakt al passiever en meneer heeft geen tijd voor zichzelf. De casemanager dementie heeft aangegeven dat dagbesteding via de WMO verlichting zou kunnen brengen. Twee maanden na de aanvraag heeft het echtpaar nog niets vernomen. De casemanager is er (ondanks een fors toegenomen caseload na bezuinigingen) ook nog achteraan gegaan.

 

Tweet

Als ik hen weer bezoek en hoor dat ‘t op geen enkele manier lukt contact te krijgen met de gemeente, besluit ik er een berichtje op twitter https://twitter.com/ygvaningen/status/633186056146452480 aan te wijden.

Organisaties hebben medewerkers die dit soort berichten in de gaten houden. Wat schetst mijn verbazing. Meteen een twitterbericht dat het echtpaar gebeld wordt.

En ja hoor, ze zijn gebeld. Diezelfde middag! Ik ben blij, dat de gemeente het echtpaar eindelijk wat laat horen. Gemengde gevoelens heb ik, dat dat pas na mijn tweet gebeurde.

Toen ik de week erop langskwam, bleek dat het echtpaar nog niet wist of mevrouw wel of niet voor dagbehandeling in aanmerking zou komen en op welke termijn die uitslag zou volgen. Meneer vertelde mij, dat hij er zenuwachtig van werd en opnieuw zou proberen te bellen.

Huisartsen trainen in het herkennen van overbelasting van mantelzorg als de aanvraag voor de benodigde ondersteuning van die mantelzorger 2 maanden blijft liggen (en pas in behandeling genomen wordt na een tweet van een ouderenarts) lijkt mij een zinloze bezigheid. De gemeente geeft er blijk van burgerparticipatie en het oordeel van de casemanager niet serieus te nemen. De werklast van huisartsen zal toenemen door het uitblijven van hulp via de WMO. Red de zorg, red de huisarts en vooral red de mantelzorger!

 

 

Yvonne G. van Ingen is specialist ouderengeneeskunde, zij werkt als ouderenarts in de thuissituatie en ondersteunt huisartsen bij de zorg voor ouderen met een toenemende zorgvraag richting het levenseinde.

9 Juni Casuïstiekbespreking palliatieve zorg kanker en dementie in MCA Alkmaar

Doel en doelgroep

Doel van de casuïstiekbespreking is onderlinge uitwisseling van kennis en ervaringen, ethische reflectie, het verbeteren van multidisciplinaire samenwerking in de regio Noord-Kennemerland. Vier keer per  jaar(laatste keer op 3 november) een ontmoeting met collega zorgverleners uit de regio. Gratis en geaccrediteerd voor huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, verpleegkundigen en VS. Artsen in opleiding van harte welkom.

In de palliatieve zorg is een situatie met één patiënt vaak al ingewikkeld genoeg. Echter als beide partners ziek zijn: de één met dementie en de mantelzorger dan ook nog eens kanker krijgt, wordt het echt lastig! Wie zorgt voor wíe? Hoe zorgen de hulpverleners dat ze op één lijn komen en aan beide patiënten goede zorg geleverd wordt?

Zowel dementie als kanker zijn allebei ziektebeelden waarvan de frequentie de komende jaren zal toenemen. Zeer relevante casuïstiek die u niet mag missen! Is uw interesse gewekt, lees de uitnodiging en meld u aan.

Medisch Contact nr 25 ingezonden brief in reactie op Praktijkperikel ‘Zorgkosten!’

Mijn 91-jarige moeder woont geheel zelfstandig in een seniorenflat. Zij is nog heel helder van geest, maar wel slecht ter been. Mantelzorg wordt geboden door vijf kinderen, een kleinkind en enkele jongere medebewoners. Behoudens een rollator zijn hulpmiddelen niet noodzakelijk. Van professionele hulp hoeft geen gebruik te worden gemaakt. Zij is nog goed in staat haar (beperkte) medicatie voor hoge bloeddruk en lichte COPD zelf uit te zetten en in te nemen.

Medisch Contact ingezonden brief in reactie op Artikel ‘Oud geleerd’

In ‘Oud geleerd…’ (MC 44/2010: 2324) komt de palliatieve praktijk in Engeland ter sprake. Als palliatief consulent en SCEN-arts maak ik mij sterk voor de verbinding tussen palliatieve zorg en euthanasie. Ik ben dan ook blij met de toenadering tussen de KNMG en IKC’s. Mijns inziens kan euthanasie pas als de patiënt goed begeleid is en nadat hij goede palliatieve zorg heeft gehad. In Nederland hoor ik regelmatig dat euthanasie ook moet kunnen zonder palliatieve zorg. Voor mij is dat ondenkbaar. Niet dat alles nog moet worden geprobeerd, maar goed luisteren naar wat de patiënt zelf wil, de situatie systematisch in kaart brengen, ook de zorgaspecten meenemen, oog hebben voor de naasten. En anticiperen op wat komen gaat.